In memoriam Anneloes Jenneskens



Tekst uitgesproken bij de crematieplechtigheid van Anneloes Jenneskens

Het is op een paar weken na 10 jaar geleden dat Anneloes op sollicitatiegesprek kwam bij Planet Internet. We zochten een redacteur, liefst een vrouw, om het percentage nerds omlaag te krijgen, liefst een neerlandicus maar wel eentje met affiniteit met computers, liefst met internet, hoe nieuw dat toen ook was, maar liefst toch ook iemand met een media-achtergrond. En liefst eentje met humor, dat vooral. Een niet in te vullen wensenlijstje, zo dachten we. En toen kwam Anneloes binnen: duidelijk een vrouw, nederlands gestudeerd, afgestudeerd op hypertext, oftewel links, en ze werkte bij John de Mol Produkties maar wilde best ergens anders hard werken voor een te laag salaris. Het gesprek begon om 6 uur en om drie over zes was ze aangenomen. Ik ben tien jaar en honderden sollicitanten verder, en het is nog altijd het kortste sollicitatiegesprek dat ik ooit voerde.

Binnen drie maanden won Anneloes een prijs van de AVRO en het Utrechts Nieuwsblad voor de beste filmwebsite van Nederland. Wat me opviel was dat ze de taart en de trofee niet op haar eigen bureau zette, maar op de centrale redactiekast, net alsof het een gezamenlijke prijs was. Dat was het niet: zij had hem alleen gewonnen, voor haar eigen filmrubriek. Anneloes bleek dus heel erg goed in haar werk als redactrice, maar leerde ook buitengewoon snel technische en commerciële zaken. Op een avond zag ik haar op de redactie met haar vader achter een enorme Silicon Graphics computer zitten, rustig uitleggend hoe ze in Unix de website maakte en de teksten aanpaste. Hoewel Planet Internet in die tijd mede door het werk van Anneloes uitgroeide tot de meest bezochte site van Nederland, was al na een half jaar duidelijk dat ze veel meer mogelijkheden had dan een baan als redactrice kon bieden.

Anneloes werd heel snel geliefd en gerespecteerd in het bedrijf, op zowel de technische als de commerciële afdelingen. Dat is heel weinig mensen gegeven, om goed te kunnen omgaan met nerds met overdadige roos en met de gladde gestropdaste jongens, zonder gehaat te worden door de andere vrouwen. Maar Anneloes kon dat als geen ander, terwijl ze toch nooit slijmde of flirtte en altijd zichzelf bleef. Mede om die zeldzame combinatie van professionaliteit, veelzijdigheid en bijzondere contactuele eigenschappen werd Anneloes bijna tegen haar wil binnen twee jaar hoofd van de advertentie-afdeling. Van redactrice van All You Need Is Love naar omzetverantwoordelijk voor miljoenen guldens; het veranderde niets aan haar gedrag.

Nadat ik naar Amerika vertrok voor een nieuw bedrijf verwaterde ons contact uiteraard, maar nadat ik dat bedrijf gedreven de grond in managete en terugkeerde naar Nederland was Anneloes één van slechts een handjevol mensen dat snel weer wilde afspreken. Het eerste dat ze zei was: "Zo, wat zullen we nu voor leuks gaan maken?" Typisch Anneloes; niet zeuren, maar vooruit kijken. Dat was in 2002, en dat nieuwe werd weer een internetbedrijf, want dat vonden we nou eenmaal leuk. Pas dit jaar, toen de markt aantrok en Loes hersteld leek, zijn we echt aan de slag gegaan. Anneloes bleek zich zelfs voor mij onvoorstelbaar te hebben ontwikkeld: ze was inmiddels een zelfstandig projectmanager, die van beleidsplannen tot begrotingen tot werkinstructies, complexe projecten begeleidde voor klanten, die varieerden van TNO en grote advocatenkantoren, tot ID&T, van de housefeesten. Want dat kon Anneloes natuurlijk als geen ander; omgaan met allerlei soorten mensen en tegelijkertijd uiterst professioneel zijn, vasthoudend zonder drammerig te worden en charmant zonder ooit te hielen te likken. Anneloes had de keuze uit zoveel klanten en projecten, dat ze zelfs midden in een recessie soms gewoon vol zat en klanten moest teleurstellen. Ze had immers ook een gezin en dat ging natuurlijk altijd voor.

De rollen in ons project waren nu duidelijk omgekeerd: Anneloes was niet langer mijn rechterhand; ik was eerder haar linkerhand. In Vertigo zat Loes eens een lastige berekening te maken achter haar laptop, terwijl ik Mick op mijn knie hield en Mick en ik tegelijkertijd onze kopjes lieten vallen. "Hij hep het niet van een vreemde," mopperde de ober. "Nee meneer, dit is niet mijn man, maar de oppas," zei Loes. "En ik ben niet zo tevreden over hem."

Ik was in Tokio toen ik het trieste nieuws over Anneloes hoorde, een geweldige klap omdat we nog tot drie dagen voor haar overlijden hadden gemaild. Ik was toevallig in het gezelschap van een overtuigd boeddhiste, die een prachtig betoog hield over hoe in het universum geen begin en geen eind bestaat. En hoe na elk moment van einde een nieuw moment van geboorte ontstaat, waarna de ziel verder leeft in een andere vorm. Ik vind dat idee prachtig, maar ik begrijp er eigenlijk niets van. Misschien is er leven na de dood, misschien is er een hemel. Maar als er een hemel is en God bestaat, kan ik niet begrijpen waarom er tsunami's en orkanen zijn, maar waarom Anneloes er niet meer is.

We zouden haar elke dag moeten gedenken in wat we doen en in hoe we leven, in daden in plaats van alleen in gedachten. Anneloes had een betere balans gevonden tussen werk en leven dan iedereen die ik ken, ze bracht haar tijd door met de mensen om wie ze het meest gaf, maar tegelijkertijd was ze open naar iedereen toe en investeerde ze energie in mensen die heel anders waren dan ze zelf was. Ze kon lachen en serieus zijn. Een topprofessional in het werk, maar ook een zorgzame moeder, een lieve vrouw en een toegewijde vriendin, allemaal tegelijk. Anneloes kon met iedereen praten, met iedereen werken, en toch altijd helemaal zichzelf zijn.

Als wij meer zouden kunnen zijn zoals Anneloes, vooral in deze verwarrende tijden waarin mensen in buren terroristen zien, in Turkije en China een gevaar, in alles onraad bespeuren; als we proberen om iedereen die we dagelijks ontmoeten te behandelen als individuen, niet als lid van een groep; als we open kunnen zijn naar iedereen en toch onszelf kunnen blijven, zoals Anneloes was; dan zal ze geen onzichtbare ziel worden in een hemel ver van ons verwijderd, die we niet kunnen zien zolang we leven. Als we meer kunnen zijn zoals Anneloes, zullen we elke dag als we in de spiegel kijken een beetje van haar terugzien. En op die manier zal Anneloes voor altijd voortleven.


Michiel Frackers, 24 november 2005



In de tuin bij ID&T, juni 2005



Brainstormen over Small Media Group,
met de rode map als bewijsmateriaal, maart 2005

Foto bovenaan: de begrotingen makend rond middernacht, juni 2005